EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Groenewoude

Geschichte:

Waarschijnlijk is er kort na 1382 begonnen met de bouw van een verdedigbaar huis. In 1408 is Willem van Groenewoude door de heer van Abcoude beleend met 34 morgen land in Woudenberg. Willem liet daar een huis bouwen dat naar hem, Groenewoude, is genoemd. Vaak is ook de naam Woudenberg gebruikt om geen verwarring te laten ontstaan met het huis Nieuw-Amelisweerd, dat door haar toenmalige eigenaar Ernst van Groenewoude in 1380 eveneens Groenewoude was genoemd. Na het overlijden van Willem werd zijn zoon Jan in 1416 met het huis beleend. Hij huwde Elisabeth van der Aa. Hun zoon Johan van Groenewoude van der Aa werd op 8 april 1453 door Jacob van Gaasbeek, heer van Abcoude en Duurstede, beleend met 11/2 hoeve land 'gelegen in onsen gerichte van Woudenberg op Eyckrijs mit alsulken getymmert als dair op staet geheiten Gruenenwoude, hem aanbestorven van zijn vader Jan van Gruenwoude'. De broer van Johan, Lubbert van Groenewoude, verkocht het huis samen met zijn zoon Gerrit in 1459 aan Ernst Taets van Amerongen, in wiens geslacht het bleef tot 1643. Ernst' vader Johan was nauw verwant aan de Groenewoudes. Zijn grootvader Willem van Colverschoten was bouwheer van de hofstad Woudenberg en zijn zwager Jacob van Gaasbeek zijn leenheer. Op 28 mei 1537 werd het huis door de Staten van Utrecht als ridderhofstad erkend. Willem Taets van Amerongen verkocht Groenewoude in 1643 aan Maria Hondeling, douairière van Dirk van Eck van Panthaleon. Haar kleinzoon jhr. Bertram van Eck van Panthaleon verkocht het huis in 1670 aan Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, die het jaar daarop het huis overdroeg aan Mechteld van Reede van Renswoude, gehuwd met Gijsbert van Hardenbroek. Hun zoon, Gijsbert Johan, verkocht het huis in 1685 aan Bartholomeus de Gruyter. In 1782 overleed de kleinzoon van Bartholomeus, eveneens Bartholomeus genaamd, en zijn kleindochter Gerarda Alexandrina Bols erfde de helft van het huis. De andere helft kocht zij van haar broer Louis. Gerarda verkocht het huis in 1836 aan Hendrik Daniël Hooft, heer van Geerestein en ambachtsheer van Woudenberg. Hendrik liet het huis in 1838 afbreken.

Besitzgeschichte:
Wahrscheinlich hat man kurz nach 1382 mit dem Bau der Burg Groenwoude begonnen. Im Jahre 1408 wurde Willem von Groenewoude von dem Herrn von Abcoude mit 34 Morgen Land zu Woudenberg belehnt. Willem baute dort ein Haus “Groenewoude”, das seinen Namen trug. Nach dem Tod Wilhelms wurde sein Sohn Jan im Jahre 1416 mit dem Haus belehnt. Er heiratete Elisabeth von der Aa. Ihr Sohn Johan von Groenewoude von der Aa wurde am 8. April 1453 von Jacob von Gaasbeek, Herr von Abcoude und Duurstede, mit Land belehnt 'gelegen in onsen gerichte van Woudenberg op Eyckrijs mit alsulken getymmert als dair op staet geheiten Gruenenwoude, hem aanbestorven van zijn vader Jan van Gruenwoude'. Der Bruder von Johan, Lubbert von Groenewoude, verkaufte mit seinem Sohn Gerrit zusammen das Haus 1459 an Ernst Taets von Amerongen. Die Burg gehörte dieser Familie bis 1643. Willem Taets von Amerongen veräußerte Groenewoude 1643 an Maria Hondeling, Witwe von Dirk von Eck van Panthaleon. Ihr Enkel jhr. Bertram von Eck von Panthaleon überließ das Haus 1670 Hendrik Jacob von Tuyll zu Serooskerken. Er übertrug es im nächsten Jahr an Mechteld von Reede zu Renswoude, der Gattin Gijsberts von Hardenbroek. Ihr Sohn, Gijsbert Johan, verkaufte das Haus 1685 an Bartholomeus de Gruyter. Im Jahr 1782 starb der Enkel von Bartholomeus, auch Bartholomeus genannt, und seine Enkelin Gerarda Alexandrina Bols erbte die Hälfte des Hauses. Die andere Hälfte kaufte sie ihrem Bruder Louis ab. Gerarda verkaufte das Haus 1836 an Hendrik Daniël Hooft, Herr von Geerestein und Ambachtsherr von Woudenberg. Hendrik ließ das Haus 1838 abreißen.

Bauentwicklung:

Over de vorm van het door Willem gebouwde huis is niets bekend. Het is niet onaannemelijk dat het oorspronkelijke huis de kern vormde van het huis dat door Roelant Roghman in 1646 is getekend. Aan de hand van deze tekening en 18de-eeuwse afbeeldingen kan men zich een goed beeld vormen van het kasteel. Groenewoude bestond uit een omgracht huis op L-vormige plattegrond. Het bezat een begane grond, een kelder en een verdieping onder twee haaks op elkaar staande zadeldaken. De bakstenen trapgevels en de onderling afwijkende vloerniveau's wekken de indruk dat de front- of zuidvleugel waarschijnlijk ouder was dan de oostvleugel. In de op het noordwesten gelegen oksel van het pand stond een kleine vierkante toren met zadeldak. Aan deze zijde lag een kleine binnenplaats die vanuit het onderhuis was te bereiken. Deze L-vormige opzet komt, weliswaar gespiegeld, zeer sterk overeen met die van het huis Nieuw-Amelisweerd, dat rond 1395 in het bezit was van Jacob van Groenewoude, een broer van de bouwheer van Groenewoude. Op de ten zuidwesten van het huis gelegen voorburcht stonden in 1647, voor zover waarneembaar, twee eenvoudige bijgebouwen en een vrij gedrongen poortgebouw. Huis en voorburcht zijn in 1696, in opdracht van de weduwe de Gruyter, gewijzigd. De uitgebouwde verlaagde torenvormige toegangspoort, nog waarneembaar op de tekening van Roghman uit 1646, werd verwijderd en vervangen door een monumentale natuurstenen ingang. De vierkante uitbouw tegen de oostgevel werd verhoogd tot een toren van vier bouwlagen onder een tentdak met peerspits. De voorburcht werd gewijzigd in een voorplein. Alle gebouwen op de voorburcht werden afgebroken en aan de westzijde verrees een nieuw bouwhuis. Mogelijk hield dit verband met het voorgenomen huwelijk van de zoon Bartholomeus de Gruyter met Anna van Blankendael in 1697. Omstreeks het midden van de 19de eeuw blijken het huis en het bouwhuis witgepleisterd, waaruit we mogen opmaken dat het huis ten tijde van de Bols nog is gewijzigd. Het huis zou in 1859 of misschien zelfs nog later door Hooft zijn afgebroken. Na de afbraak zijn delen van de omgrachting nog tot 1965 bewaard gebleven, waarna ze zijn gevuld met Woudenbergs huisvuil. Het inrijhek is gelegen aan de Ekris op een paar honderd meter ten zuiden van het bouwhuis en geeft toegang tot een niet meer in gebruik zijnde laan met bomen aan weerszijden. Het is een eenvoudig smeedijzeren spijlenhek tussen gepleisterde bakstenen kolommen, bekroond met een geprofileerd stuk hardsteen.
Van de bebouwing op de voorburcht bleef een in 1696 gebouwd bouwhuis bewaard, dat thans in gebruik is als bedrijfsgebouw.

Baubeschreibung:

Over de vorm van het oorspronkelijke kasteel Groenewoude is niets bekend. Het is niet onaannemelijk dat het oorspronkelijke huis de kern vormde van het huis dat door Roelant Roghman in 1646 is getekend. Aan de hand van deze tekening en 18de-eeuwse afbeeldingen kan men zich een beeld vormen van het kasteel in de 17e eeuw. Groenewoude bestond uit een omgracht huis op L-vormige plattegrond. Het bezat een begane grond, een kelder en een verdieping onder twee haaks op elkaar staande zadeldaken. De bakstenen trapgevels en de onderling afwijkende vloerniveau's wekken de indruk dat de front- of zuidvleugel waarschijnlijk ouder was dan de oostvleugel. In de op het noordwesten gelegen oksel van het pand stond een kleine vierkante toren met zadeldak. Aan deze zijde lag een kleine binnenplaats die vanuit het onderhuis was te bereiken. Op de ten zuidwesten van het huis gelegen voorburcht stonden in 1647, voor zover waarneembaar, twee eenvoudige bijgebouwen en een vrij gedrongen poortgebouw.

Baugeschichte und -beschreibung
Leider gibt es keine Informationen zur Baugestalt des 1408 erbauten Hauses. Es ist möglich, dass sich noch Teile des ursprünglichen Baues in dem Haus befanden, das Roelant Rogham 1646 gezeichnet hat. An Hand dieser Zeichnung und Abbildungen aus dem 18. Jh. ist es möglich, sich ein Bild von diesem Haus zu machen. Groenewoude war ein von einem Graben umgebenes Haus mit L-förmigen Grundriss. Das zweigeschossige Gebäude erhob sich über einem Keller und hatte zwei quer zueinander stehende Satteldächer. Der Vorder- oder Südflügel war wahrscheinlich älter als der Ostflügel. In der Innenecke des L-förmigen Gebäudes stand ein kleiner viereckiger Treppenturm mit Satteldach. Südwestlich des Hauses befand sich die Vorburg und 1647 gab es scheinbar, der Zeichnung folgend, zwei einfache Wirtschaftsgebäude und ein kleines Torhaus. Im Jahr 1696 fand ein Umbau statt, beauftragt von der Witwe de Gruyter. Die Vorburg wurde zu einem Vorplatz umgebaut. Alle Gebäude im Vorburgbereich wurden abgerissen und es entstand ein neues Gebäude an der Westseite des Platzes. Im 19. Jh. hat man das Haupthaus und das Gebäude auf dem Vorplatz weiß verputzt. Man vermutet, dass Groenewoude 1859 oder etwas später von Hendirk Daniel Hooft abgerissen wurde. Bis 1965 konnte man noch Teile des Grabens im Gelände erkennen. Das Wirtschaftsgebäude im Vorburgbereich von 1696 wird heute als Betriebsgebäude genutzt.
D. H. und L.v.d.W.