EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Aerdt

Geschichte:

Voor 1348 was het kasteel in bezit van Ricolt en Gadert van Herwen die het in leen kregen van Sophia van Bylant. In 1348 werd Willem van Rees door Hertog Reinoud III van Gelre beleend met de dwangmolen van Aerdt. De molen hoorde bij het kasteel en daarom kunnen we aannemen dat Willem de Rees eigenaar was van Aerdt. In 1474 werd Willem Rees opgevolgd door zijn neef Johan van der Horst. Deze beleende de zoon van zijn broer Derick, Rutger van der Horst, met het kasteel. In 1524 werd de zoon en opvolger van Rutger, Johan van der Horst, beleend met de goederen te Aerdt. Na Johan komt het kasteel terecht bij zijn zoon Rutger, die het kreeg van zijn broer in 1549. De laatste van der Horst, Erasmus, verkocht het kasteel in 1646 aan Walraven van Steenhuys, landrost van het graafschap Bergh. Het kasteel was in een dermate slechte toestand dat in 1651 een nieuw, kleiner huis werd gebouwd op de locatie van het oude kasteel.
Het 'nieuwe' huis Aerdt ging van Walraven over op zijn zoon Godert van Steenhuys, en vanaf 1663 weer op diens zoon Joost. Joost van Steenhuys stierf in 1722 kinderloos. Huis Aerdt kwam toen in bezit van zijn oom Alexander Walraed Diederik van Hugenpoth, mits deze zich bekeerde tot het katholicisme. In 1780 werd het kasteel geërfd door Godefridus Frans van Hugenpoth. Via Godefridus kwam huis Aerdt in bezit van Alexander Wilhelmus van Hugenpoth. Alexander stierf in 1859. Na de dood van zijn vrouw werd het huis niet meer bewoond. Het kwam in bezit van hun dochter Maria Francisca Xaveria, echtgenote van Gijsbertus Henricus Wilhelmus Laurentius baron van Dorth tot Medler. Via Maria ging Aerdt over op haar dochter Mathilde Zenobie Theodora Marie, getrouwd met Jhr. Jan Lodewijk Eduard Marie de Kuyper. Na de oorlog kwam het huis in bezit van Jhr. Mr. Gijsbert E. F. J. de Kuyper, zoon van Mathilde en Jan. Deze droeg het kasteel in 1961 gedeeltelijk over aan de Stichting Vrienden der Geldersche Kastelen. Zeven jaar later kwam ook het resterende deel in bezit van de vereniging. De Stichting, inmiddels is de naam veranderd in Stichting Gelders landschap en kastelen, is nog steeds in bezit van het huis.
(E.R. und L.v.d.W)

Es ist bekannt, dass Burg Aerdt vor 1348 im Besitz von Ricolt und Gadert van Herwen war. Beide hatten sie als Lehnsgut von Sophia van Bylant erhalten. Im Jahre 1348 bekam Willem von Rees von Herzog Reinoud III. von Geldern die Mühle von Aerdt als Lehnsgut. Diese Mühle gehörte zur Burg, und somit weiß man, dass Willem von Rees auch die Burg Aerdt besessen haben muss. Ihm folgte 1474 sein Neffe Johan von der Horst. Die Burg blieb bis 1646 im Besitz der Familie von der Horst. In diesem Jahr wurde die Burg vom letzten Mitglied der Familie von der Horst, Erasmus, an Walraven von Steenhuys verkauft, welcher der Landdrost von der Grafschaft Bergh war. Die Burg war dermaßen heruntergekommen, dass 1651 auf dem Platz der älteren Burg eine neue, kleinere Burg gebaut wurde.
Diese ‘neue’ Burg blieb bis 1722 im Besitz der Familie von Steenhuys. Als Joost von Steenhuys kinderlos starb, kam die Burg auf dem Erbweg an seine Onkel Alexander Walraed Diederik von Hugenpoth. Dieser sollte sich aber zuvor dem Katholizismus zuwenden. Im Jahre 1859 wurde das Haus Aerdt Eigentum der Witwe Alexanders Wilhelmus von Hugenpoth. Als sie starb, erhielt ihre Tochter Maria Francisca Xaveria, Frau von Gijsbertus Henricus Wilhelmus Laurentius, Baron von Dorth zu Medler, das Haus Aerdt. Ihre Tochter Mathilde Zenobie Theodora Marie, verheiratet mit Jan Lodewijk Eduard Marie de Kuyper, bekam Aerdt nach die Tod ihrer Eltern. Die Familie de Kuyper behielt Haus Aerdt bis 1961. In diesem Jahr wurde es teilweise an die Stiftung Vrienden der Geldersche Kasteelen übertragen. Sieben Jahre später wurde der restliche Teil des Erbgutes an dieselbe Stiftung geschenkt. Diese Stiftung, jetzt die Stiftung Gelders Landschap en Geldersche Kasteelen genannt, ist bis heute Eigentümer von Haus Aerdt.

Bauentwicklung:

De literatuur vermeld dat het eerste huis te Aerdt voor 1348 gebouwd moet zijn. Er bestaan geen afbeeldingen van het kasteel voor 1651, noch kan er aan de hand van archeologisch materiaal een reconstructie worden gemaakt. Er is weinig informatie over de bouwgeschiedenis van het kasteel. Wel is bekend dat het kasteel van zijn oprichting voor 1348 tot 1651 verschillende malen is aangevallen. Deze gebeurtenissen moeten invloed hebben gehad op het herstel van het kasteel. Een acte in 1430 vermeldt: "borch geheiten ter Cluse in den kerspel van Aerde Welc in Voertiden mitter capelle voirss. verbrandende vergencklick geworden is". Het kasteel is in het verleden mogelijk door een aanval met als gevolg een brand verwoest. Het kasteel werd hierop in 1430 weer herbouwd.
Tijdens de tachtigjarige oorlog werd het kasteel waarschijnlijk door de Spanjaarden vernietigd. In deze toestand koopt Walraven van Steenhuys het kasteel in 1646. Het huis is dan kennelijk in zo'n slechte toestand dat Walraven in 1651 een heel nieuw huis laat bouwen, kleiner dan het oude kasteel en meer in de stijl van andere huizen in die tijd. Men was klaar met de bouw in 1657. Het huis bestond uit een vierhoekige plattegrond met een centrale ingangspartij, met een hoog , overstekend schilddak. Het gebouw was grotendeels symetrisch ontworpen. Het pand heeft weinig aanpassingen ondergaan, totdat het in de Tweede Wereldoorlog zware schade opliep. Tijdens de restauratie tussen 1962 en 1969 werd het gebouw weer voorzien van kruisvensters en werden er opnieuw drie privaatkokers aangebracht aan de oost en zuidzijde van het huis.

Die Quellen legen nahe, dass das das erste Haus Aerdt vermutlich schon vor 1348 gebaut worden ist. Es gibt leider keine Abbildungen der Burg vor dem Jahre 1651. Auch archäologische Befunde zur Rekonstruktion der Burg fehlen. Es gibt also wenige bis keine Informationen über die Baugeschichte der Burg.
Doch es ist klar, dass in der Zeit von 1348 bis 1651 verschiedene Kriege die Burg beschädigt haben dürften. Dies muß auf die baugeschichtliche Entwicklung der Burg von Einfluß gewesen sein. In einer Urkunde aus dem Jahre 1430 steht geschrieben: "borch geheiten ter Cluse in den kerspel van Aerde Welc in Voertiden mitter capelle voirss. verbrandende vergencklick geworden is". Die Burg ist also irgendwann durch ein Feuer zu Grunde gegangen, und im Jahr 1430 hat mann die Burg wieder aufgebaut.
Im Achtzigjahrigen Krieg wurde die Burg vermutlich von den Spaniern vernichtet. In diesem Zustand wird Burg Aerdt von Walraven von Steenhuys 1646 gekauft. Walraven baute ab 1651 ein ganz neues Haus, das kleiner und durch den Stil dieser Zeit prägt war. Die Bauarbeiten waren 1657 beendet. Dieses zweite Haus hatte einen viereckigen Grundriß und war symmetrisch aufgebaut.
Im Zweiten Weltkrieg wurde dieses zweite, jüngere Haus Aerdt schwer beschädigt. Zwischen 1962 und 1969 fand eine umfangreiche Restaurierung statt, in deren Zuge wieder Kreuzfenster verwendet wurden.

Baubeschreibung:

Er bestaan geen afbeeldingen van het kasteel voor 1651, noch kan er aan de hand van archeologisch materiaal een reconstructie worden gemaakt. In 1651 werd op de plaats van het kasteel een heel nieuw huis gebouwd, kleiner dan het oude kasteel en meer in de stijl van andere huizen in die tijd. Er bevinden zich nog onder en rondom het huidige huis Aerdt muurresten van het oude kasteel. Men acht het mogelijk dat deze resten deel uitmaken van de fundering van het huidige huis Aerdt. Op het erf van Aerdt bevinden zich nog grachten, die mogelijk in verband kunnen worden gebracht met het oude kasteel.