EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Bergestein

Geschichte:

De eerste ons bekende bezitter van Bergestein was Jan Borre van Amerongen. Hij kreeg het land in 1392 in leen van de Domproosdij te Utrecht. Zijn nakomelingen bleven eigenaars van Bergestein tot 1474. Peter Borre van Amerongen en zijn vrouw besloten toen te 'scheiden', waarbij ook sprake was van een bezitsscheiding. Zij droegen de kern van het leen over aan Egbert en Adriaan van Groenenberch. Twee maanden later werd Bergestein echter al weer overgedragen, deze keer aan Hendrik, de broer van Peter van Amerongen. Hendrik overleed kinderloos in 1490, en het goed ging over in handen van zijn achterneef Claes van Zijll, die het dezelfde dag weer opdroeg aan zijn leenheer, die het weer uitgaf aan Margriete Swaning, echtgenote van Engelbert van Zuylen van Natewisch. Zij droeg het over aan haar dochter Johanna, die getrouwd was met Frans van Nijenrode. Zij kregen geen kinderen. Na de dood van Johanna trouwde Frans opnieuw en kreeg uit dit huwelijk een dochter Anna, die in 1547 Bergestein erfde. Uit haar huwelijk met Jan van der Does werd een zoon geboren, Johan, die op zijn beurt Heer van Bergestein werd. In 1606 werd de jongste zoon van Johan, Dirk van der Does, met het goed beleend. Hij slaagde erin Bergestein vrij te maken van de leenplicht en het werd vrij eigen goed. Bergestein werd in 1642 erkend als ridderhofstad. Na de dood van Dirk ging het goed over op zijn zoon Jan, en daarna op Jans drie neven. Zij verkochten Bergestein in 1707 aan Justus Criecx. Het huis was waarschijnlijk rond 1700 verdwenen. Het goed ging door vererving over op een neef van Justus Criecx, Justus Ormea. Hij verkocht het vervolgens in 1721 aan Frederik Borre van Amerongen. Op haar beurt verkocht zijn dochter het goed in 1755 aan Gijsbert Jan van Hardenbroek. De familie Van Hardenbroek bezat het goed tot 1860, waarna het verkocht werd aan mr. Evert du Marchie van Voorthuysen. In 1903 verkocht zijn zoon het aan Johannes Damen. Ook in de 20e eeuw is het goed Bergestein verschillend malen van eigenaar gewisseld.

Der erst bekannte Besitzer Bergesteins war Jan Borre van Amerongen. Er erhielt das Lehnsgut 1392 von der Domprobstei in Utrecht. Seine Nachkommen blieben bis 1474 im Besitz Bergesteins. In diesem Jahr ließen sich Peter Borre van Amerongen und sein Frau scheiden, worauf eine Auseinandersetzung um den Besitz folgte. Die beiden übertrugen den Kern des Lehngutes an Egbert und Adriaan van Groenenberch. Zwei Monate später folgte schon wieder eine Übertragung Bergesteins, diesmal an Hendrik, den Bruder von Peter van Amerongen. Hendrik starb 1490 kinderlos, und Bergestein kam in Hände seines Neffe Claes van Zijll. Der übertrug es noch am selben Tag an seinen Lehnsherren, der es wieder an Margriete Swaning, Frau Engelberts van Zuylen van Natewisch, als Lehen gab. Diese übertrug es Ihrer Tochter Johanna, die mit Frans van Nijenrode verheiratet war. Dieses Paar blieb kinderlos. Nach dem Tod Johannas heiratete Frans aufs neue, und aus dieser Ehe wurde eine Tochter geboren, Anna, die 1547 Bergestein erbte. Aus deren Ehe mit Jan van der Does entsprang ein Sohn, Johan, der Herr von Bergestein wurde. Im Jahre 1606 erhielt der jungste Sohn Johans, Dirk van der Does, das Lehnsgut Bergestein. Er verstand es, aus Bergestein ein allodiales Gut zu machen. Bergestein wurde 1642 als Rittergut anerkannt. Nach dem Tode Dirks wurde Bergestein 1707 von seinem Nachfolger an Justus Criecx verkauft. Das Haus war warscheinlich um 1700 schon verschwunden. Das Gut wurde an einen Neffen von Justus Criecx namens Justus Ormea vererbt, der es 1721 an Frederik Borre van Amerongen verkauft hat. Dessen Tochter veräußerte Bergestein im Jahre 1755 an Gijsbert Jan van Hardenbroek. Die Familie Van Hardenbroek hat das Gut bis 1860 in Besitz gehabt. Dann wurde es weiter verkauft an Evert du Marchie van Voorthuysen. Im Jahre 1903 veräußerte es sein Sohn an Johannes Damen. Im 20. Jahrhundert hat Gut Bergestein verschiedene Besitzer gehabt.

Bauentwicklung:

Van de bouwgeschiedenis van Bergestein is erg weinig bekend. Op de oudste afbeelding van het huis, in 1646/47 door Roelant Roghman getekend, staat een gebouwencomplex op een omgracht terrein. Het huis bestond uit een rechthoekig gebouw met een zadeldak en een trapgevel, vermoedelijk uit het eind van de 14de eeuw, met aan beide zijden een aanbouw. Aan de ene kant stond een laag gebouwtje, dat op basis van de beëindiging, het kruisvenster op kelderniveau en de bouwnaad later gedateerd moet worden, op ca. 1600. Aan de andere kant van het rechthoekige gedeelte stond een torenachtige aanbouw. De tekening van Roghman laat ook een klein rond torentje zien. Waarschijnlijk gaat het hierbij om een zestiende-eeuwse 'mezekouw', dat destijds de functie vervulde van een schuttersputje. Over verbouwingen of de sloop van huis Bergestein is niets bekend. Vermoedelijk is het rond 1700 verdwenen. Tegen het einde van de 18de eeuw slaagde Gijsbert Jan van Hardenbroek erin de Staten van Utrecht het dubbele huisgeld af te laten schaffen. Dit is een extra bewijs dat het huis in die tijd al verdwenen was.

Über die Baugeschichte Bergesteins gibt es wenige bis keine Informationen. Auf der ältesten Abbildung des Hauses von Roelant Roghman aus dem Jahre 1646/47 ist ein von einem Graben umgebenes Gebäude dargestellt. Bei dem Bau handelt es sich um ein rechteckiges Haus mit einem Satteltach und einem Treppengiebel, wie er für das 14. Jahrhundert typisch ist. Auf einer Seite stand ein kleines Gebäude, das um etwa 1600 datiert werden kann. An der anderen Seite des rechteckigen Gebäudes erhob sich ein turmartiger Bau. Es gibt keine Informationen in Bezug auf Baumaßnahmen oder Zerstörungen auf Bergestein. Das Haus war warscheinlich bereits um 1700 verschwunden. Ende des 18. Jahrhunderts war es Gijsbert Jan van Hardenbroek gelungen, die Staaten Utrechts davon zu überzeugen, dass er das doppelte Hausgeld nicht weiter zu zahlen brauchte (das Hausgeld ist eine Art Steuer, verbunden mit einem konkreten Haus). Das ist ein weiterer Grund anzunehmen, dass es damals schon kein ritterliches Haus Bergestein mehr gab.

Baubeschreibung:

Op de oudste afbeelding van het huis, in 1646/47 door Roelant Roghman getekend, staat een gebouwencomplex op een omgracht terrein. Het huis bestond uit een rechthoekig gebouw met een zadeldak en een trapgevel, vermoedelijk uit het eind van de 14de eeuw, met aan beide zijden een aanbouw. Aan de ene kant stond een laag gebouwtje, dat op basis van de beëindiging, het kruisvenster op kelderniveau en de bouwnaad later gedateerd moet worden op ca. 1600. Aan de andere kant van het rechthoekige gedeelte stond een torenachtige aanbouw. De tekening van Roghman laat ook een klein rond torentje zien. Waarschijnlijk gaat het hierbij om een zestiende-eeuwse 'mezekouw', dat destijds de functie vervulde van een schuttersputje.