EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Broekhuizen

Geschichte:

Het goed Broekhuizen werd oorspronkelijk in leen gehouden door de Domproosdij, later door het Sticht. Het huis was daar echter niet bij inbegrepen. Dat was een leen van de heer van Gaesbeek en Abcoude en in 1408 was Tyman van Zuylen. In 1452 verkocht Jacob van Gaesbeek Broekhuizen aan Willem van Gent, die het doorverkocht aan Jan van Roye. Diens dochter Fye verkocht het aan bisschop David van Bourgondië. Bisschop David was op dat moment de rechtsvolger van Jan van Gaesbeek, niet de Utrechtse kerk of het Sticht. Het huis Broekhuizen en de 4 morgen land bleven dus een leen van Abcoude. David van Bourgondië verkocht in 1460 het huis aan zijn dienaar en kamerling Jan van Auxy. Tussen 1468 en 1541 was de familie Van Meerten de eigenaar van het huis. Door huwelijkse voorwaarden tussen Heylwich van Meerten van Abcoude en haar echtgenoot Dirk van Oostrum kwam Broekhuizen in 1541 in het geslacht Van Oostrum. In 1667 ging het over in handen van de familie Van Arkel. Doordat Ferdinand van Arkel in 1746 kinderloos stierf, en zijn weduwe hertrouwde en toen een dochter kreeg, werd Broekhuizen eigendom van die dochter, Angelique de Caneau de Beauregard genaamd. Cornelis Jan van Nellesteyn werd er in opdracht van haar mee beleend. Het geslacht Van Nellesteyn hield Broekhuizen van 1793 tot 1873, toen het werd verkocht aan de familie Pauw van Wieldrecht.
In 1971 werd het kasteel verkocht aan het Rijk en werd er het Rijksinstituut voor Natuurbeheer in gevestigd.

Das Lehnsgut Broekhuizen war ursprunglich ein Lehnsgut der Domprobstei, später vom Stift Utrecht. Das Haus selbst gehörte jedoch nicht dazu. Dieses war ein Lehnsgut der Herren von Gaesbeek und Abcoude. Im Jahre 1408 war Tyman van Zuylen Lehensmann. 1452 veräußerte Jacob van Gaesbeek Broekhuizen an Willem van Gent, der es weiter verkauft hat an Jan van Roye. Seine Tochter Fye veräußerte es an Bischof David van Bourgondië. Der Bischof David war Rechtsfolger von Jan van Gaesbeek, nicht die Utrechter Kirche oder das Stift Utrecht. Das Haus Broekhuizen und die 4 Morgen Land blieben also ein Lehnsgut von Abcoude. David van Bourgondië verkaufte 1460 das Haus an seinen Diener und Kammerherrn Jan van Auxy. Zwischen 1468 und 1541 war die Familie Van Meerten Eigentümer des Hauses. Durch eine Ehe der Heylwich van Meerten van Abcoude mit Dirk van Oostrum kam Broekhuizen in Jahre 1541 an die Familie Van Oostrum. Im Jahre 1667 wurde Broekhuizen Besitz der Familie Van Arkel. Ferdinand van Arkel starb kinderlos in Jahre 1746. Seine Witwe verheiratete sich aufs neue und bekam eine Tochter Angelique de Caneau de Beauregard. Sie wurde später die neue Eigentümerin des Hauses. Cornelis Jan van Nellesteyn wurde in Ihrem Auftrag Lehnsmann des Gutes. Von 1793 bis 1873 hatte die Familie Van Nellesteyn in Besitz. Im Jahre 1873 wurde Broekhuizen an die Familie Pauw van Wieldrecht verkauft, die es noch immer besitzt.

Bauentwicklung:

Het is niet bekend hoe het huis er in de middeleeuwen precies uit heeft gezien. De eerste afbeelding van Broekhuizen is een tekening van Roelant Roghman uit 1646. Op een omgracht terrein stond een gebouwencomplex met een onduidelijke structuur, waarvan de onderdelen waarschijnlijk op verschillende momenten zijn gebouwd. Dit was het nieuwe huis dat Willem van Oostrum vanaf 1529 op had laten trekken. Er was ook een voorplein, eveneens omgracht, waar een monumentaal dienstgebouw stond. Waarschijnlijk is het kasteel kort na 1710 verbouwd door Frans van Arkel. Het nieuwe gebouw was een rechthoekig landhuis met een symmetrische voorgevel. De gracht was gedempt, op een stuk ter linkerzijde van het huis na, dat vergraven was tot een T-vormige vijver. In 1794 liet Cornelis Jan van Nellesteyn een nieuw landhuis neerzetten, iets ten oosten van het vorige huis. Dit huis bleek al gauw te klein. Een nieuw kapitaal gebouw met drie verdiepingen werd er voor in de plaats gezet. Dit huis is in 1906 afgebrand en is vervolgens in de oude vorm herbouwd.

Die früheste Abbildung von Broekhuizen ist eine Zeichnung von Roelant Roghman aus dem Jahre 1646. Auf einem grabenenumgebenen Gelände erhob sich eine Gebäudegruppe in losem Zusammenhang. Die verschiedenen Bauten wurden warscheinlich zu unterschiedlichen Zeiten errreichtet. Darunter muss auch das “neue Haus” sein, dass sich Willem van Oostrum ab 1529 hatte bauen lassen. Es gab zudem eine Art Vorburg, ebenfalls grabenumfasst, auf der sich ein monumentales Dienstgebäude befand. Vermutlich hat man die Burg unter Frans van Arkel kurz nach 1710 umgebaut. Das neue Gebäude war ein rechteckiges Landhaus mit einer symmetrischen Fassade. Die Gräben wurde bis auf einen Teil an der linken Seite des Hauses aufgefüllt, so dass der Graben zu einer Art T-formigem Teich verändert wurde. Im Jahre 1794 beauftragte Cornelis Jan van Nellesteyn mit dem Bau eines neuen Landhauses, das etwas östlich des alten Hauses errichtet wurde. Dieses neue Haus war schon bald zu klein, und es wurde ein neuer, monumentaler, drei Etagen hoher Wohnbau errichtet. Auch dieses Haus wurde im Jahre 1906 durch ein Feuer zerstört. Anschließend hat man es in der alten Form wieder neu aufgebaut.

Baubeschreibung:

Het is niet bekend hoe het huis er in de middeleeuwen precies uit heeft gezien. Er is in het huidige landhuis niets terug te vinden van het oorspronkelijke huis Broekhuizen.
De eerste afbeelding van Broekhuizen is een tekening van Roelant Roghman uit 1646. Deze afbeelding laat het 16e eeuwse huis zien. Op een omgracht terrein stond een gebouwencomplex met een onduidelijke structuur, waarvan de onderdelen waarschijnlijk op verschillende momenten zijn gebouwd. Er was ook een voorplein, eveneens omgracht, waar een monumentaal dienstgebouw stond.