EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Duno

Geschichte:

Het is waarschijnlijk dat de Duno aangelegd werd door graaf Wichman van Hamaland. Hij schonk het in 970 aan de abdij te Elten, maar zijn dochter Adela, die getrouwd was met graaf Balderik, protesteerde hiertegen en kreeg het in 996 terug. In 1018 kwamen Balderik en Adela ten val en werden de meeste van hun goederen geschonken aan de bisschop van Utrecht.
De grond waarop de Duno lag was later eigendom van het geslacht Van Brakel van Doorwerth. In 1880 kwam het toe aan Louise Constance Jeanne van Brakell, die het verkocht aan haar tweede echtgenoot Werner van Pallandt. In 1888 werd het bij veiling aan L. W. F. Scheffer verkocht. In 1914 werd het verkocht aan Odo van Vloten, die het bij zijn dood in 1931 naliet aan de Stichting Gelders Landschap.

Besitzgeschichte:
Wahrscheinlich wurde Duno von Graf Wichman von Hamaland angelegt. Er schenkte es 970 der Abtei zu Elten, aber seine Tochter Adela, die mit Graf Balderik verheiratet war , versuchte, diese Schenkung rückgängig zu machen. Sie bekam Duno im Jahr 996 wieder .1018 wurden Balderik und Adela als Herrscher verstoßen und die meisten ihrer Güter wurden dem Bisschof von Utrecht geschenkt.
Das Land auf dem der Duno gelegen war, war später das Eigentum des Geschlechts von Brakel von Doorwerth. In 1880 bekam Louise Constance Jeanne von Brakell dieses Grundstück und sie verkaufte es ihrem zweiten Ehemann Werner von Pallandt. 1888 wurde es auf einer Auktion an L. W. F. Scheffer verkauft. Im Jahr 1914 wurde das Grundstück an Odo von Vloten verkauft, der es bei seinem Tod 1931 der Stiftung Gelders Landschap überließ

Bauentwicklung:

De Duno was een typische walburcht uit de 10e eeuw. De burcht bestond uit een ovaal wallichaam dat aan de buitenkant gesteund werd door 3 rijen houten palen. Op de top stond waarschijnlijk een weergang met borstwering. Aan de buitenkant van de wal lag een kleine berm en een droge, V-vormige gracht. Aan de westelijke kant van de burcht was geen gracht aanwezig, omdat de toegangsweg langs de wal liep en geleidelijk omhoog voerde tot de ingang. De binnenkant van de wal was door middel van een schoorwal van zoden en heideplaggen beschermd tegen uitzakken. De doorgang naar het binnenterrein lag iets verder naar het westen dan de huidige. Er was een poort aanwezig. In het oostelijke deel van de burcht stonden houten huizen, waarvan verkleuringen in de grond zijn teruggevonden. Een latere verzwaring van de wal heeft eerdere bewoning overdekt. In het westelijke deel van de wal was een tot nog toe niet verklaarbare bastionachtige verzwaring aanwezig.
In de loop der tijd is de wal aan de rivierzijde verdwenen; het nog overgebleven deel is 95 meter lang. In 1997 is de burcht hersteld, dat wil zeggen dat er bomen zijn verwijderd uit de wal en de gracht en dat de gracht uitgegraven is.
In de 18e eeuw is door Bomblé Vatebender een landhuis 'de Duno' gebouwd, dat echter niet op dezelfde plaats stond als de oude walburcht. Dit huis is in de Tweede Wereldoorlog verwoest.

Duno war ein typisches Erdwerk aus dem zehnten Jahrhundert. Die ovale Erdbefestigung wurde an der Außenseite durch drei Reihen hölzerner Pfähle geschützt. Auf dem Wall befand sich wahrscheinlich ein Wehrgang. An der Außenseite war dem Wall eihne kleine Berme ein V-förmiger Trockengraben vorgelagert. An der westlichen Seite der Burg gab es keinen Graben, weil dort der Zugangsweg zur Burg entlangführte. Die Innenseite des Walles war durch Grassoden und Heidesoden stabilisiert. Der Durchgang in Richtung des Innenhofes befand sich etwas westlicher als dies heute der Fall ist. Es gab eine Zugangspforte. Im östlichen Teil der Burg standen zwei hölzerne Häuser, von denen man im Boden farbige Spuren gefunden hat. Spätere Arbeiten am Wall haben diese Häuser zerstört. Im westlichen Teil des Walles gab es eine bis heute unerklärbare bastionsartige Verschwerung.
Im Laufe der Zeit ist der Wall an der Flussseite verschwunden, lediglich ein 95 Meter langes Teilstück ist noch vom Wall übrig. 1997 wurde die Befestigung wieder hergestellt, indem man die Bäume aus den Gräben entfernt hat und der ursprüngliche Graben wieder freigelegt wurde. Im achtzehnten Jahrhundert hat Bomblé Vatebender ein Landhaus ‘Duno' erbaut. Dieses Haus befand sich aber nicht auf demselben Platz wie das alte Erdwerk. Es wurde im Zweiten Weltkrieg zerstört.

Baubeschreibung:

De Duno was een typische walburcht uit de 10e eeuw. De burcht bestond uit een ovaal wallichaam dat aan de buitenkant gesteund werd door 3 rijen houten palen. Op de top stond waarschijnlijk een weergang met borstwering. Aan de buitenkant van de wal lag een kleine berm en een droge, V-vormige gracht. Aan de westelijke kant van de burcht was geen gracht aanwezig, omdat de toegangsweg langs de wal liep en geleidelijk omhoog voerde tot de ingang. De binnenkant van de wal was door middel van een schoorwal van zoden en heideplaggen beschermd tegen uitzakken. De doorgang naar het binnenterrein lag iets verder naar het westen dan de huidige. Er was een poort aanwezig. In het oostelijke deel van de burcht stonden houten huizen, waarvan verkleuringen in de grond zijn teruggevonden. Een latere verzwaring van de wal heeft eerdere bewoning overdekt. In het westelijke deel van de wal was een tot nog toe niet verklaarbare bastionachtige verzwaring aanwezig.
In de loop der tijd is de wal aan de rivierzijde verdwenen; het nog overgebleven deel is 95 meter lang. In 1997 is de burcht hersteld, dat wil zeggen dat er bomen zijn verwijderd uit de wal en de gracht en dat de gracht uitgegraven is.

Baugeschichte und -beschreibung
Der Duno war ein typisches Erdwerk aus dem 10. Jh. s. Die Burg bildete ein ovales Erdwerk, das an der Außenseite von drei Palisadenreihen geschützt wurde. Auf dem höchsten Punkt befand sich wahrscheinlich ein Wehrgang. An der Außenseite des Walles verlief ein schmaler Weg/ Saum und ein trockener V-förmiger Graben. An der westlichen Seite der Burg gab es keinen Graben, weil dort der Zugangsweg zur Burg entlangführte. Die Innenseite des Walles war durch Anpflanzen von Soden und Heidesoden vor Erosion geschützt. Der Durchgang in Richtung des Innenhofes befand sich weiter im Westen, als das heute der Fall ist. Es gab eine Zugangspforte. Im östlichen Teil der Burg standen zwei hölzerne Häuser, von denen man im Boden farbige Spuren gefunden hat. Spätere Arbeiten an dem Wall haben diese Häuser zerstört. Im westlichen Teil des Walles gab es eine bis heute unerklärbare bastionsartige Verstärkung
Im Laufe der Zeit ist der Wall an der Flussseite verschwunden; Es blieb lediglich ein 95 m langes Wallstück erhalten. 1997 wurde die Burg wieder hergestellt. Man entfernte die Bäume aus den Gräben und legte den ehemaligen Graben wieder frei.
Im 18. Jh. hat Bomblé Vatebender ein Landhaus ‘Duno' erbaut. Dieses Haus befand sich aber nicht auf demselben Platz wie das alte Erdwerk. Das Anwesen wurde im Zweiten Weltkrieg zerstört.

Arch-Untersuchung/Funde:

Opgravingen door J. G. N. Renaud, 1955-1959, opgravingen door L. F. J. Janssen, 1843 en opgravingen door Holwerda aan het begin van de 20e eeuw.

Er zijn twee ruitersporen gevonden, die dateren uit ca. 1010. Janssen vond in 1843 in het westelijke deel van de burcht een tufstenen muur van 3 meter lang en 0,5 meter breed, die echter later niet meer teruggevonden is. Ook werd een scherf gevonden, die mogelijk van Romeinse oorsprong was, hetgeen geleid heeft tot speculaties over de Romeinse oorsprong van de Duno. Een dergelijke oorsprong is echter niet aannemelijk.