EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Blankenburg, De

Geschichte:

Volgens Eliëns en Harenberg (1984) gaat het bij Blankenburg en het slot te Beuningen om één en hetzelfde kasteel. Het geslacht van Beuningen werd al genoemd in de twaalfde eeuw. In de tweede helft van de vijftiende eeuw was de Blankenburg een Egmonds leen. In 1447 had jonkvrouwe Ot van Egmond het landgoed gekocht van Johan van Apeltern. In 1456 was er sprake van ontslag uit de leenband. Willem van Egmond, broer van hertog Arnoud van Gelre verkocht de Blankenburg aan Gijsbert van Welderen. Deze Gijsbert was gedurende een aantal jaren schepen van Nijmegen. Op een gegeven moment kwam de Blankenburg in het bezit van de familie van Wijhe, die ook het kasteel van Hernen bezat. Otto van Wijhe, die getrouwd was met Christina van Wijhe van Hernen, maakte de Blankenburg in 1597 leenroerig aan Gelderland. Het kasteel bleef in de familie tot 1774. Toen verkochten Seyna Jacoba Isabella van Wijhe en haar echtgenoot Frederik Hendrik van Wassenaar de Blankenburg aan Aaldert Jacobs, die zich Vermeulen noemde. In 1877 werd de Blankenburg via een boedelscheiding toebedeeld aan Jacobus Wilhelmus Melchior Vermeulen. Deze Jacobus overleed kinderloos en via zijn broer Alardus Eusebius Michael kwam het landgoed in bezit van de familie Goyaerts. Deze familie verkocht het terrein met het resterende torentje van het kasteel uiteindelijk aan P.H.M. Claassen.

Bauentwicklung:

Wanneer de Blankenburg is gebouwd, is niet bekend. Het kasteel moet er in ieder geval voor 1437 gestaan hebben. Het nog bestaande hoektorentje dateert uit het einde van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw. Een tekening van uit ongeveer 1730, waarschijnlijk gemaakt door Cornelis Pronk, laat het vervallen kasteel zien. Op dat moment was er kennelijk sprake van twee hoektorens met tentdaken en een half afgebroken onderkelderde woonvleugel. Het torentje op de voorgrond is het torentje wat er nu nog staat. Deze toren meet 4 bij 4 meter en heeft een muurdikte van 82 centimeter. De voet van dit nog bestaande hoek- en poorttorentje is echter in de grond verdwenen door het dichten van de gracht. De huidige toren laat nog wel de aanzetten zien van de ringmuren die vanaf de toren in oostelijke en zuidelijke richting liepen. Ten tijde van Otto van Wijhe moet tot de Blankenburg ook een voorburcht behoord hebben. In 1810 bestond het complex alleen nog uit het torentje en enkele muurresten. Wanneer het kasteel gedeeltelijk werd verwoest is niet bekend. Eliëns en Harenberg menen dat het mogelijk is dat de Blankenburg in 1526 deels is vernietigd. In dat jaar heeft men in de stadsrekeningen van Nijmegen vermeld dat Pauwels van Bathenborch met onvriendelijke bedoelingen onder begeleiding van een aantal soldaten naar de Blankenburg is getrokken. De resten van de burcht zijn in 1863 afgebroken.

Baubeschreibung:

De typologie van Blankenburg is moeilijk vast te stellen, aangezien nog maar één van de torens overeind staat: een hoektoren, die tevens dienst deed als poorttoren.
Een tekening uit ongeveer 1730, waarschijnlijk gemaakt door Cornelis Pronk, laat het vervallen kasteel zien. Op dat moment was er kennelijk sprake van twee hoektorens met tentdaken en een half afgebroken onderkelderde woonvleugel. Het torentje op de voorgrond is het torentje wat er nu nog staat. Deze toren meet 4 bij 4 meter en heeft een muurdikte van 82 centimeter. De voet van dit nog bestaande hoek- en poorttorentje is echter in de grond verdwenen door het dichten van de gracht. De huidige toren laat nog wel de aanzetten zien van de ringmuren die vanaf de toren in oostelijke en zuidelijke richting liepen.

Arch-Untersuchung/Funde:

Onderzoek RAAP in 1990.