EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Doddendaal, Huis

Geschichte:

In 1332 kocht graaf Reinald II van Gelre Doddendaal van de heer van Meurs, de broers van de heer van Meurs en van Diederik van Gronauwen. In hetzelfde jaar gaf graaf Reinald II van Gelre zijn bezittingen in Ewijk in erfpacht aan Robert van Appeltern. In 1373 kreeg Diederik van Appeltern het goed in leen. Op dat moment bleek Hendrik Vulllingh Doddendaal in bewaring te houden voor de graaf van Gelre. Otto en Elisabeth van Buren kochten Doddendaal in 1409 van de Van Appelterns. Via Elisabeth van Buren kwam Doddendaal vervolgens voor korte tijd in bezit van de familie van Culemburg. Johann Boll kocht het huis in 1484 en hij droeg het in 1489 over aan Godert van Stepraedt. In 1526 was Doddendaal door koop weer twee jaar lang in handen van de hertog van Gelre. Toen een aantal inwoners van Nijmegen in 1528 Doddendaal geplunderd en zwaar beschadigd hadden, besloot de hertog het huis te verkopen aan Dirc van Stepraedt en zijn vrouw Agnes van Doornick. Als strategisch belangrijk punt was Doddendaal tusen 1580 en 1590 zowel interessant voor de Spanjaarden als voor de prinsgezinden. In 1590 en 1591 werd Nijmegen door Prins Maurits belegerd en bij die gelegenheid is Doddendaal in brand gestoken. Hierna verkeerde het huis waarschijnlijk een aantal jaren in ruïneuze toestand. Van enige tijd na de Reformatie tot 1745 fungeerde Doddendaal als schuilkerk. In 1743 ging Doddendaal via vererving in de vrouwelijke lijn over in de handen van de familie Doornick. In 1771 en 1782 probeerde de familie Doddendaal te verkopen, wat niet lukte. Het huis bleef in de familie, maar raakte steeds verder in verval. In 1972 verkocht Freiherr von Nagel-Doornick Vornholz huis Doddendaal aan de heer H.W. van Vliet. Van Vliet liet het kasteel restaureren met het doel er een horecagelegenheid van te maken.

Besitzgeschichte:
1332 kaufte Graf Reinald II von Geldern Doddendaal von dem Herren von Moers, den Brüdern des Herren von Moers und von Diederik von Gronau. Im selben Jahr vergab Reinald II von Geldern seine Güter in Ewijk in Erbpacht an Robert von Appeltern. 1373 erhielt Diederik von Appeltern auch Doddedaal als Lehnsgut. Ab diesem Zeitpunkt trug Hendrik Vulllingh die Verantwortung für Doddendaal im Namen des Grafen von Geldern. Otto und Elisabeth von Buren kauften Doddendaal 1409 von den von Appeltern. Elisabeth van Buren brachte Doddendaal für kurze Zeit in den Besitz der Familie von Culemburg. Johann Boll kaufte die Burg 1484 und er übertrug sie 1489 an Godert von Stepraedt. 1526 war Doddendaal durch Verkauf wieder zwei Jahre lang in den Händen der Herzöge von Geldern. Als eine Anzahl von Bürgern aus Nimwegen 1528 Doddendaal plünderten und schwer beschädigten, entschloss der Herzog sich dazu, das Haus an Dirc von Stepraedt und seine Frau Agnes von Doornick zu verkaufen.1590 und 1591 wurde Nimwegen von Prinz Moritz von Oranien belagert. Doddendaal wurde damals von einem Feuer zerstört und für einige Jahre blieb es Ruïne. Nach der Reformation bis 1745 diente Doddendaal als eine illegale Kirche. 1743 wurde Doddendaal in der weiblichen Linie an die Familie Doornick vererbt. 1771 und 1782 versuchte diese Familie Doddendaal zu verkaufen, was nicht gelang. Das Haus blieb in der Familie, geriet aber immer weiter in Verfall. 1972 verkaufte Freiherr von Nagel-Doornick Vornholz das Haus an Herrn H.W. von Vliet. Van Vliet ließ Doddendaal restaurieren, um die Anlage einer neuen Nutzung als Restaurant zuzuführen.

Bauentwicklung:

Wie Doddendaal gebouwd heeft, is onbekend. De heren van Meurs en Diederik van Gronauwen worden genoemd als eerste eigenaars van Doddendaal. De Graaf van Gelre kocht het huis in 1332 en gaf het in hetzelfde jaar in erfpacht aan Robert van Appeltern. In 1332 moet er dus al een huis op die grond hebben gestaan. Het oudste deel van het kasteel is een rechthoekig gebouw uit de veertiende eeuw, dat op de zuidoosthoek een inspringing vertoont. De toegang tot dit gebouw bevond en bevindt zich nog steeds aan de oostkant ervan. Oorspronkelijk bestond dit rechthoekige gebouw uit een onderkelderde grote en kleine zaal met daarboven een zolderverdieping. In de oudste vorm was de kelder verdeeld in twee vertrekken met een zoldering van houten balken. Later in de Middeleeuwen heeft men in plaats daarvan, op de as van de kelderruimte, kolommen geplaatst en twee halve tongewelven aangebracht, die in het midden overgingen in kruisgewelven. Vermoedelijk in de zeventiende eeuw richtte men de kelder in als schuilkerk en hakte men de scheidingswand weg. De bel-etage bestond oorspronkelijk uit een kleine en een grote zaal, die gescheiden waren door een tussenmuur waartegen ruggelings schouwen stonden. In 1590 ging bij een brand de middeleeuwse kap verloren. Bij het gedeeltelijk herstel van Doddendaal in het beging van de zeventiende eeuw heeft men de grote zaal onderverdeeld. In de noordelijke helft, die aansluit tegen de kleine zaal, bracht men woon- en werkvertrekken onder. Daarboven plaatste men een woonverdieping met een eigen kap. Pas in het begin van de negentiende eeuw, waarschijnlijk in 1825, is het geheel onder de huidige kap gebracht. De kleine zaal werd in de negentiende eeuw onderverdeeld in twee kleine kamers aan de noordkant en een grote kamer. Bij de laatste restauratie is deze onderverdeling weer ongedaan gemaakt. Het rechthoekige gebouw uit de veertiende eeuw is in de negentiende eeuw ongeveer vier meter verlaagd. In de vijftiende eeuw bouwde men een aan het veertiende-eeuwse rechthoekige gebouw een traptoren tegen de noordkant van de oostmuur. Een plattegrond van Doddendaal en omgeving, die bij een proces uit 1599 hoort, laat die aanbouw en traptoren al zien. Aan de zuidkant van de oostmuur heeft men in de vijftiende of zestiende eeuw nog een vleugel aangebouwd. Hoe die vleugel er precies uit heeft gezien is onbekend, maar men heeft er sporen van teruggevonden. Zo heeft De Haen bij het tekenen van Doddendaal in 1731 vanaf de binnenplaats duidelijk bouwsporen weergegeven die wijzen op het bestaan van die vleugel. De aanbouw was dus in 1731 al helemaal verdwenen. Op zijn tekening zijn nog een rookkanaal, balkgaten en een keldergewelf te herkennen. De plattegrond van Doddendaal op de proceskaart uit 1599 laat deze tweede aanbouw niet zien. Bij opgravingen onder supervisie van Renaud in 1973 heeft men funderingen van de verdwenen aanbouw aangetroffen. De kaart uit 1599 laat wel zien dat het kasteelterrein aan de oostzijde door een brug verbonden was met een voorburcht. Zowel de hoofdburcht als de voorburcht waren omgeven door een brede gracht. In 1825 was een groot deel van de gracht gedempt. De bebouwing van de voorburcht was in de achttiende eeuw verdwenen en van het terrein had men een tuin gemaakt. De hoofdburcht was ommuurd met een veertiende-eeuwse muur en had drie hoektorens. De torens stonden op de noordwest-, zuidwest- en zuidoosthoek. In de negentiende eeuw legde men een nieuwe brug aan naar de hoofdburcht. In 1858 bouwde men aan de ene kant van de brug op het hoofdburchtterrein een bouwhuis en aan de andere kant bouwde men in 1864 een koetshuis. Tussen 1973 en 1976 vond er onder leiding van D. Wijma een restauratie plaats.

Baubeschreibung:

Van huis Doddendaal staan nog het veertiende-eeuwse hoofdgebouw, met de aanbouw en de traptoren uit de vijftiende eeuw. Het terrein is nog gedeeltelijk ommuurd en van de drie hoektorens zijn nog overblijfselen aan wijsbaar. De resten van de voorburcht zijn niet meer zichtbaar en liggen begraven in het terrein voor de brug naar de omgrachte hoofdburcht. De hoofdburcht exclusief de grachten meet circa 20 bij 25 meter.
De huidige brug stamt uit de negentiende eeuw. Aan weerszijden van de toegangspoort staan nog het bouwhuis en het koetshuis uit de negentiende eeuw.

Baugeschichte und -beschreibung:
Wer Doddendaal erbaut hat, ist unbekannt. Die Herren von Meurs und Diederik von Gronauwen werden als erste Besitzer Doddendaals genannt. Der Graf von Geldern kaufte das Anwesen 1332. In diesem Jahr muss es also schon ein Haus gegeben haben. Der älteste Teil der Burg ist ein rechteckiges Gebäude aus dem 14. Jh. Der Zugang zu diesem Gebäude befindet sich noch immer an der Ostseite. Ursprünglich bestand dieses rechteckige Gebäude aus einem großen und einem kleinen Saal über einem Keller. Vermutlich hat man im 17. Jh. den Keller als Kirche eingerichtet. Die Bel-Etage bestand vermutlich aus einem großen und einem kleinen Saal, die voneinander durch eine Zwischenmauer getrennt waren. 1590 wurde das mittelalterliche Dach durch ein Feuer zerstört. Als man Doddedaal im 17. Jh. teilweise renovierte, hat man den großen Saal aufgeteilt. Im nördlichen Teil richtete man Wohn- und Schlafzimmer ein. Darüber hat man ein neues Wohngeschoss mit einem eigenen Dach aufgeführt. Erst um 1825 wurde das ganze Gebäude erneut unter einem Dach zusammengefasst. Damals wurde auch der kleine Saal in mehrere Zimmern unterteilt. Diese Unterteilung wurde bei der letzten Restaurierung wieder rückgängig gemacht. Das rechteckige Gebäude aus dem 14. Jh. wurde fim 19. Jh. in seiner Höhe um vier Meter reduziert. Im 15. Jh. erbaute man an der Ostseite des Hauptgebäudes einen Treppenturm. Eine Karte von 1599 zeigt diesen Treppenturm. An der Südseite der Ostmauer hat man im 15. oder 16. Jh. noch einen Flügel angebaut. Wie dieser Flügel exakt ausgesehen hat, ist unbekannt, aber Spuren dieses Bauteils werden auf einer Zeichnung der Burg von de Haen 1731 dargestellt So erkennt man noch einen Rauchkanal und ein Kellergewölbe. Bei Ausgrabungen unter Leitung von Renaud hat man die Fundamente dieses Anbaues gefunden.
Die Hauptburg war an der Ostseite des Burggeländes mittels einer Brücke mit der Vorburg verbunden. Hauptburg und Vorburg waren von einem breiten Graben umgeben. 1825 wurde ein großer Teil dieses Grabens zugeschüttet. Die Gebäude der Vorburg waren im 18. Jh. verschwunden und das Burggelände wurde in einen Garten verwandelt.
Eine Ringmauer des 14. Jh. umgab die Hauptburg. Sie hatte drei Ecktürme, auf der Nordwest- Süd- und auf der Südostseite. Im 19. Jh. erbaute man eine neue Brücke zur Hauptburg. 1858 entstand auf dem Areal der Hauptburg ein Bauhaus Auf dem Gelände der Vorburg erbaute man ein Kutscherhaus. Zwischen 1973 und 1976 wurde der Komplex unter Leitung von D. Wijma restauriert. Von dem Haus Doddendaal existieren nur noch das Hauptgebäude aus dem 14. und und der Treppenturm aus dem 15. Jh. Das Gelände ist noch teilweise ummauert und es gibt noch einige Reste der drei Ecktürme. Die Fundamente der Vorburg sind unter dem Fußboden vorhanden. Die Abmessungen der Hauptburg inklusive die Gräben betragen etwa 20 x 25 m. Die heutige Brücke datiert aus dem neunzehnten Jahrhundert. An beiden Seiten der Zugangspforte stehen noch das Bauhaus und das Kutschhaus aus dem neunzehnten Jahrhundert.
W.L. und L.v.d.W.

Arch-Untersuchung/Funde:

Bij opgravingen onder supervisie van Renaud in 1973 heeft men funderingen van een verdwenen aanbouw aangetroffen (zie bouwgesch.).