EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Engh, Den

Geschichte:

De oudste vermelding van het huis stamt uit 1259. In dat jaar droeg Bernardus de Hamme 20 morgen land nabij zijn huis in de Engh op aan de bisschop van Utrecht. Mogelijk is dit dezelfde persoon als Bernardus ex Enghe, die in 1272 tegen de Friezen sneuvelde. Het huis Den Engh wordt aan het begin van de 14de eeuw genoemd in enkele pachtbrieven van het kapittel van Oud-Munster, maar er wordt niet bij vermeld wie het toen in bezit had. De landbrief van 1375 wordt ondertekend door ene Bernt Uten Engh. Deze was getrouwd met Lysbeth van Putten, en vervolgens met Haze van Vleuten. Den Engh kwam eerst aan Claes, de oudste zoon uit het eerste huwelijk, en vervolgens aan Bernt, de oudste zoon uit het tweede huwelijk. Deze Bernt had een zoon Claes, die Den Engh erfde. Hij had beschikkingen gemaakt ten gunste van zijn jongste dochter, omdat zijn andere dochter Lysken 'stom en haren zinnen niet machtig' was. Zijn jongste dochter trouwde echter zonder zijn toestemming, waarop Claes het leen Den Engh opdroeg aan bisschop Frederik. Deze beleende Melis Uten Enghe, Claes' broer en voogd van Lysken met Den Engh. Den Engh bleef tot 1626 in handen van het geslacht Uten Engh. Anna Uten Enge trouwde toen met Frederik van Zuylen van Nijeveld. In 1659 werd Den Engh verkocht aan Frederick Ruysch en vervolgens kwam het in handen van Cornelis van Egmond van der Nijenburg. Zijn nakomelingen bezaten het tot 1729, waarna Den Engh bezit werd van Johan Leonard van Ewijck. Na de dood van zijn zoon Jan Cyprianus in 1812 werd het huis Den Engh gekocht door Hendrik Ravée, en vervolgens in 1868 door Willem Jan Royaards. Hij liet in 1896 het kasteel slopen, mogelijk vanwege gebrek aan interesse of financiële middelen om het kasteel te onderhouden. De toenmalige pachter J. van Rossum kocht in 1910 het kasteelterrein en de bijbehorende landerijen. Wat er over was van tuinen, bossen en lanen werd omgezet in landbouwgrond.

Bauentwicklung:

Waarschijnlijk is kasteel Den Engh in de middeleeuwen een woontoren geweest, zoals af te leiden valt uit zeventiende- en achttiende-eeuwse afbeeldingen van het huis. Volgens Wittert van Hoogland heeft Frederik van Zuylen van Nijeveld, echtgenoot van Anna Uten Engh, het huis na de dood van zijn vrouw in 1626 opnieuw op laten bouwen om zich daar te gaan vestigen. De detaillering van de gebouwen op de tekeningen sluit niet uit dat dit inderdaad het geval is geweest. De tekeningen laten zien dat er tegen de noordgevel van de oude woontoren nog een bouwvolume is aangebouwd, bestaande uit een rechthoekige, onderkelderde woonvleugel van twee bouwlagen onder een pannen zadeldak tussen een trapgevel en een tuitgevel. Deze twee vleugels stonden op de zuidwesthoek van de hoofdburcht. De woontoren lijkt vrijwel vierkant te zijn, en was voorzien van een schilddak en een hoge schoorsteen. Aan de oostzijde van de toren is een iets teruggelegen lage L-vormige vleugel onder een schilddak zichtbaar. Deze verbond de toren met de binnenpoort en bevond zich in een lage muur die de binnenplaats omgaf. Vanaf de binnenpoort liep een brug naar de voorburcht, gelegen ten zuiden van de voorburcht. Op de tekening van Cornelis Pronk (1730) is te zien dat er op de voorburcht, parallel aan de binnenpoort een bouwhuis stond. Deze voorburcht werd afgesloten met een hoge buitenpoort. In 1896 zijn de gebouwen op de hoofdburcht, op het poortgebouw na, afgebroken. De 50.000 stenen werden in een advertentie in 'Het Nieuwsblad' te koop aangeboden. In 1904 is de binnenpoort eveneens afgebroken. Van de gebouwen op de voorburcht rest nog een gedeelte van het bouwhuis, opgenomen in de boerderij, en het koetshuis dat waarschijnlijk tegen het eind van de achttiende eeuw is opgetrokken.

Baubeschreibung:

Waarschijnlijk is kasteel Den Engh in de middeleeuwen een woontoren geweest. In het begin van de 17e eeuw is het huis opnieuw verbouwd. 18e eeuwse tekeningen laten zien dat er tegen de noordgevel van de oude woontoren nog een bouwvolume werd aangebouwd, bestaande uit een rechthoekige, onderkelderde woonvleugel van twee bouwlagen onder een pannen zadeldak tussen een trapgevel en een tuitgevel. Deze twee vleugels stonden op de zuidwesthoek van de hoofdburcht. De woontoren lijkt vrijwel vierkant te zijn, en was voorzien van een schilddak en een hoge schoorsteen. Aan de oostzijde van de toren is een iets teruggelegen lage L-vormige vleugel onder een schilddak zichtbaar. Deze verbond de toren met de binnenpoort en bevond zich in een lage muur die de binnenplaats omgaf. Vanaf de binnenpoort liep een brug naar de voorburcht, gelegen ten zuiden van de voorburcht.