EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Essenpas

Geschichte:

Kasteel de Essenpas werd voor het eerst genoemd in 1424, toen Willem van Poelwijk door de hertog van Gelre beleend werd met 'een huys ende hoffstadt [...] gelegen in den kerspel van Haelderen'. Mogelijk stond dit huis er al wat langer: in 1422 had Willem een 'goed tot Haelderen met allen sijnen tobehoren' in vrij eigen goed ontvangen 'uutgescheiden die hoffstad met sijnen toebehoren'. Daarvoor werd dit goed in leen gehouden door Mechteld van Doornik, echtgenote van Hendrik van Appeltern, waarbij het werd omschreven als 'den hoff to Haelderen.' Willem van Poelwijk werd opgevolgd door Arnt van Poelwijk (wellicht zijn zoon), die het in 1453 overdroeg aan Hendrik Mom. De volgende belening stamt pas uit 1561, toen Werner van Horssen met de Essenpas werd beleend. Zijn erfgenamen verkochten het aan Gerrit Vaeck, die het, 'gecoft hebbende voor allodial 2 mergen lants genant den Essenpas, so groot ende cleyn als die gelegen sijn met sijn getimmer ende patinge in Overbetuwe in den kerspel van Haelderen', vervolgens weer in leen ontvangt. (Uit deze belening blijkt dat de naam 'Essenpas' in eerste instantie de naam was van een stuk grond van 2 morgen groot.) Van Gerrit ging de Essenpas in 1616 eerst over op zijn weduwe Gijsberta Dutrieux, en dan op zijn zuster Margriet Vaecks. Deze liet het in 1627 na aan haar dochter Henrica Millinck (met haar echtgenoot Jan van Braeckel als hulder). In 1662 transporteerde de hulder voor Henrica's dochter Elisabeth Essenpas aan Johannes Puttenius. Diens kleinzoon Roeleman droeg het leen in 1735 over aan Johanna Margareta Vermeer. Haar zoon Johan Thoe Poel droeg het op zijn beurt in 1752 over aan Abraham Arnold Rudolph van Bloemendaal, waarna het in 1761 in handen kwam van Derk Smit en diens echtgenote Gertruyd Breunissen. Het vererfde op hun zoon Jan Hendrik Smits, en vervolgens op diens zoon Piet. Jan Hendrik de Raadt, neef van Piet, erfde de Essenpas na hem. Diens dochter Clara de Raadt volgde hem op, en zij liet de Essenpas na aan haar zoon Cornelis (geb. 1885). Het middeleeuwse huis de Essenpas had toen inmiddels plaats moeten maken voor een boerderij.

Bauentwicklung:

Het kasteel was gebouwd op een omgracht trapeziumvormig terrein van 112 x 114 meter. De gracht had een breedte van circa 8 meter. Het terrein was toegankelijk vanuit het zuiden. Mogelijk bestond het terrein in oorsprong uit een vierkante omgrachte hoofdburcht in de noordoosthoek met daaromheen de rest van het huidige terrein als L-vormige voorburcht.
Het huis werd waarschijnlijk gebouwd tussen 1422 en 1424 en stond in de noordoostelijke hoek van het terrein. Het was gebouwd in baksteen met een formaat van 25 x 13 x 6 cm. Hoe het huis er in de beginperiode uitzag is echter niet bekend.
De enig bekende historische afbeelding is niet gedateerd, maar dateert vermoedelijk uit de late 18de of 19de eeuw. Daarop is een hoog zaalvormig huis afgebeeld met tegen de achterzijde een bedrijfsgedeelte, waardoor het geheel lijkt op een T-boerderij. Ten noordwesten hiervan stond een hooiberg. In de 19de eeuw is het middeleeuwse gebouw vervangen door een boerderij, die in de Tweede Wereldoorlog is verwoest. Op de kadastrale minuut van 1830 is de boerderij te zien: het kasteel was toen dus al verdwenen. De boerderij is na de oorlog herbouwd en in het begin van de jaren '90 van de 20ste eeuw gesloopt. De oorspronkelijke gracht aan de westzijde is in het verleden gedempt en enkele meters naar het westen verplaatst.

Baubeschreibung:

Het is niet bekend wat de typologie van het middeleeuwse huis de Essenpas is geweest. De enig bekende historische afbeelding van het kasteel dateert vermoedelijk uit de late 18de of 19de eeuw. Daarop is een hoog zaalvormig huis afgebeeld met tegen de achterzijde een bedrijfsgedeelte, waardoor het geheel lijkt op een T-boerderij.
Het kasteelterrein heeft een trapeziumvorm met een gemiddelde maat van 112 x 114 meter. Bij het onderzoek door RAAP is echter een noord-zuid-lopende gracht aangetroffen, die midden over het terrein loopt. Als deze in een eerdere fase de oorspronkelijke begrenzing van de westzijde van het complex is geweest, mat het geheel oorspronkelijk maar ca. 55 x 110 m. Het is ook mogelijk dat zelfs deze gracht al een uitbreiding van het oorspronkelijke kasteelterrein betekende, en dat het geheel in een nog vroegere fase niet groter was dan het terrein van ca. 55 x 60 m waar de hoofdburcht stond.

Arch-Untersuchung/Funde:

RAAP 1997: archeologische inventarisatie: booronderzoek en weerstandsmetingen. ADC 2000, 2001: aanvullend archeologisch onderzoek.
Bij het onderzoek door RAAP is een noord-zuid-lopende gracht aangetroffen, die midden over het terrein loopt. In de nabijheid van de Essenpas zijn bij archeologisch onderzoek ook resten van een laat-middeleeuwse kapel teruggevonden. Er is in de vroegste bronnen sprake van een 'nije kerk' op stukken land die bij de Essenpas horen.