EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Magerhorst

Geschichte:

Magerhorst was rond 1400 een leen van de abdij van Elten. De eerst genoemde eigenaren in de schriftelijke bronnen waren leden uit het geslacht Van Egeren. In 1546 was Magerhorst in handen van Claes van Egeren Loefszoon. Rond 1600 vererfde de Magerhorst op een neef van Claes, Loef van Egeren Janszoon. Dit was het gevolg van het feit dat de kinderen uit het tweede huwelijk van Claes van Egeren overleden, zonder dat zij tot wettige nakomelingen gemaakt waren. In 1661 verkocht Reinier, de zoon van Loef van Egeren, de Magerhorst aan Margriet van Buddelbergh, die de weduwe was van Adolf Werner van Pallandt. Het is niet duidelijk of zij het huis verkocht of verhuurd had, maar in 1677 woonde Anna Elisabeth van Keppel op de Magerhorst. Adriaan Elbert van Hertelfeld, de zoon van Anna Elisabeth van Keppel, en zijn echtgenote Anna Maria van Beverveurde vormden de volgende bewoners van het goed. In 1700 werd de Magerhorst in ieder geval wel verkocht. De nieuwe eigenaren waren mevrouw Buyck en haar kinderen. De familie Buyck behield de Magerhorst tot 1749. In dat jaar werd Hendrik Jan Tuchter de nieuwe eigenaar. In 1758 werd het huis verkocht aan de Geheimrat von Diest. Er volgde al snel weer een verkoop. De Magerhorst werd in 1779 verkocht aan A.J. von Hertefeld. Het goed vererfde vervolgens op wethouder Von Bothmer uit Duiven. Hij verkocht het in 1836 aan de familie Van Nispen tot Sevenaer. Zij verpachtten de Magerhorst als boederij. De Magerhorst werd in 1960 gekocht door de gemeente Duiven van A.J.A.M. van Rijckvorsel. De gemeente Duiven verkocht het weer aan J.G.P.G. Boogaarts in 1967. Deze liet de toren en de boerderij restaureren.

Bauentwicklung:

De precieze bouwdatum van de Magerhorst is niet bekend. In 1546 moet er zeker een huis gestaan hebben. Een getuigenis op de traptoren geeft aan dat het huis rond 1549 voltooid was. Een gravure naar de achttiende eeuwse tekening door Jan de Beyer laat zien dat Magerhorst in deze tijd bestond uit een rechthoekig gebouw van steen. Het bestond uit twee verdiepingen en een zolder. Het huis werd gedekt door een zadeldak. Aan de zuidgevel bevond zich een achthoekige traptoren. Deze traptoren had een wenteltrap met een slakkenhuis gewelf. Aan de oostgevel van het gebouw bevond zich een torentje dat reikte tot de aanzet van de zolderverdieping. Op de zuidoost- en de noordoosthoek had men arkeltorentjes aangebracht. Op de gravure naar Jan de Beyer is eveneens te zien dat de Magerhorst vroeger werd omringd door een gracht. Inmiddels is deze gracht gedempt. De Magerhorst werd door een brand in de negentiende eeuw verwoest. Alleen de toren bleef gespaard. Met behulp van de nog staande muurresten bouwde men na de brand op de plaats van het verwoeste huis een boerderij. Deze boerderij bouwde men tegen de noordzijde van de toren.

Baubeschreibung:

Een achttiende euwse gravure naar de tekening door Jan de Beyer laat zien dat Magerhorst in deze tijd bestond uit een rechthoekig gebouw van steen. Het bestond uit twee verdiepingen en een zolder. Het huis werd gedekt door een zadeldak. Aan de zuidgevel bevond zich een achthoekige traptoren. Deze traptoren had een wenteltrap met een slakkenhuis gewelf. Aan de oostgevel van het gebouw bevond zich een torentje dat reikte tot de aanzet van de zolderverdieping. Op de zuidoost- en de noordoosthoek had men arkeltorentjes aangebracht. Op de gravure naar Jan de Beyer is eveneens te zien dat de Magerhorst vroeger werd omringd door een gracht.
Tegenwoordig bestaat de Magerhorst nog uit de achthoekige toren en de boerderij die er in de negentiende eeuw, op de resten van het verwoeste huis, tegenaan werd gebouwd.