EBIDAT - Die Burgendatenbank

Menu

Gameren

Geschichte:

Verondersteld wordt dat Elizabeth van Gameren in de 14de eeuw de heerlijkheid Gameren in eigendom had toen zij huwde met Willem van Heukelom. Mogelijk was er toen ook al sprake van een huis Gameren. Willem van Heukelom werd in 1363 met de heerlijkheid Gameren beleend, maar niet met het huis, aangezien dat waarschijnlijk allodiaal goed was. In of rond 1402 ging de heerlijkheid Gameren door koop over aan het geslacht Pieck, waarna het door vererving in het laatste kwart van de 15e eeuw aan het geslacht Van Haeften kwam. Nadat Karel van Gelre (1494-1538) het goed, en kennelijk ook het huis verbeurd had verklaard, restitueerde de hertog beiden in 1534 aan Dirk van Haeften. Huis en heerlijkheid zijn dan een leen van de heer van Rossum. Kort na 1560 was Dirk van Haeften, zoon van Johan van Haeften Dirkzn, eigenaar van het huis en de heerlijkheid. Na de dood van Dirk van Haeften, vermoedelijk kort voor 1578, werden heerlijkheid en huis weer van elkaar gescheiden. Het huis kwam toen in handen van de nakomelingen van Alert van Haeften, oom van voornoemde Dirk. Omstreeks 1650 kwam het door vererving aan Johan van Haeften Reiniersz., heer van Ophemert. In 1671 kreeg de laatst bekende bezitter van het geslacht van Haeften, Johan Walravensz het huis. Deze Johan was een jongere broer van Reinier van Haeften aan wie Ophemert toeviel. Kadastrale gegevens van 1830 vermelden de landbouwer Antonie van Tuil als eigenaar. Tenslotte zou Gerrit van de Werken in 1843 de bezitter van Gameren zijn.

Bauentwicklung:

Uit archeologische en bouwhistorische waarnemingen blijkt dat Gameren heeft bestaan uit een voorburcht en hoofdburcht die omgeven en van elkaar gescheiden waren door een gracht. De vondsten en baksteen formaten duiden op een stichting van het complex in de 14de eeuw. Gameren is in het midden van de 18de eeuw getekend door H.Spilman. De hoofdburcht, die op deze tekening afgebeeld is, lijkt in deze fase een L-vormig complex te zijn geweest en te hebben bestaan uit een langwerpig en betrekkelijk smal hoofdgebouw met haaks daarop een lager bijgebouw. Van het huis resteren nog de twee overwelfde kelders. Hiervan is een datering mogelijk van eind 14e- tot begin 16e-eeuw. Het huis is vermoedelijk in de roerige tijden van de 15e en 16e eeuw een aantal keren zwaar beschadigd en daarna weer hersteld. De door Spilman weergegeven jaarankers (1598) verraden een bouwfase. Mogelijk gaat het hier om herstelling van door Berends en Hulst (1971) veronderstelde schade die veroorzaakt zou kunnen zijn door de Spanjaarden anno 1574. In 1568 werd het huis omschreven als "ein edelmans woning met graften unnd toichbruggen, und opt voirgeborchte ein bouhuisz met ein grote poirte, voirt met syngell unnd bongart dair an gelegen". In 1650 werd het huis omschreven als het "adelicke huys, 'twelcke vervallen..". Kort voor 1741 is het huis echter weer "vernieuwd en bewoonbaar gemaakt". Deze fase laat zich op de tekening van Spilman zien in de vorm van de schuiframen met kleine roedenverdeling. Dit soort vensters komt voor vanaf 1686. In 1853 brandde het huis na blikseminslag af, waarna het opnieuw werd opgebouwd. In de 20e eeuw is er aan de noordzijde nog een schuur aan toegevoegd. In 1969 heeft men voor de bouw van een bejaardenhuis het 19e-eeuwse huis gesloopt en de grachten gedempt.

Baubeschreibung:

De afmetingen van het gehele terrein inclusief de buitengrachten bedroeg ca. 90 x 70 m. De buitenomtrek van de hoofdburcht exclusief de grachten bedroeg ca. 64 m. Van de afmetingen van de voorburcht en de bijgebouwen zijn geen gegevens.
Uitgaande van een tekening van H. Spilman (1721-1784) en gegevens uit onderzoek, (Berends en Hulst, 1971), lijkt Gameren te hebben behoord tot de oudere spiekers zoals die voorkwamen in 14e en 15e eeuw. Wat nog rest van het voormalige huis zijn twee kelders van de oostzijde van het kasteel, waarvan het oorspronkelijke uiterlijk niet bekend is. Een strook beplanting om het terrein geeft de ligging van de voormalige grachten aan.